Zoveel betaalde je in 1994 voor deze 18 topsedans

De tijden zijn veranderd, maar niet alles is beter geworden.

Afgelopen weekend bespraken we tweede generatie Opel Omega, een auto waarbij veel mensen dierbare herinnering konden ophalen, gezien

het grote aantal gave reacties in de commments-sectie.

Daarom kijken we nogmaals terug op deze periode, zij het met een twist. De Opel Omega MV6 was de absolute topuitvoering van de Omega. Je kon hem krijgen als benzine of diesel. Als uitgangspunt voor dit verhaal nemen we de benzine-uitvoering met automaat. De 3.0 V6 leverde 211 pk en zorgde ervoor dat je op de AutoBahn met gemak 230 km/u kon halen. Dat was in 1994 écht bijzonder rap. Zo’n MV6 was lekker compleet uitgerust, alhoewel je voor leer en een schuifdak diende bij te betalen. Geef je tegenwoordig dit geld uit bij de lokale Opel-dealer, dan kun je niet meer kiezen voor een Omega.

Opel Omega MV6

De auto werd min-of-meer opgevolgd door de Opel Signum en ook die is er niet meer. Wil je een grote sedan, dan kom je uit op de Opel Insignia Grand Sport. De motor meet bijna exact de helft qua slagvolume: 1,5 liter! Dat is een melkpak! De motor levert ook aanzienlijk minder vermogen (165 pk), maar wel bijna hetzelfde koppel (250 Nm tegen 270Nm voor de Omega), zij het eerder in de toerenrange. De prestaties zijn bijna gelijk, met name de sprint. Op de langere stukken loopt de Omega wel weg dankzij de hogere topsnelheid. Het grootste verschil zit hem in de uitrusting. De Insignia Grand Sport is véél completer uitgerust. Met name op het gebied van veiligheid, infotainment en comfort staat de Insignia Exclusive op een véél hoger plan.

Opel Insgnia Gran Sport

Kortom, per saldo ga je er op papier niet heel veel op achteruit. Zeker niet als je besluit frontaal te botsen op een andere auto. Het verschil in actieve en passieve veiligheid is enorm. Maar je mist toch wel een paar fijne basis-ingredienten. Een dorstige maar soepele zescilinder motor en achterwielaandrijving in dit geval. Goed, dat is het verhaal bij Opel, maar hoe zit dat bij andere merken?

Om dit te onderzoeken gaan we het lijstje af van grote sedans uit het E-segment in 1994, het jaar dat de Omega uit kwam. Wat kostte zo’n comfortsloep toen en wat kreeg je ervoor terug? En vervolgens de (pijnlijke) vergelijking: wat krijg je nu voor dat geld bij hetzelfde merk?

Hyundai Sonata 3.0i GLS Aut. (Y3)
€ 24.255
Wilde je een grote zescilinder sedan met automaat, maar zo min mogelijk kwijt zijn? Dan moest je bij de Hyundai-dealer zijn. De grootste sedan, de Sonata, kon geleverd worden met een 2.0 viercilinder en een drieliter V6. Bijzonder krachtig was die laatste motor niet, zelfs niet voor die tijd: 146 pk aan vermogen en 230 Nm koppel zijn geen topwaarden. Maakte niet uit, dit was een budget-cruise-schip. 0-100 duurde 13 tellen en je kon er niet eens 200 km/u mee halen. Niet indrukwekkend, maar laten we eerlijk zijn, dat zijn de specs van een Hyundai i30 1.0 T-GDI Premium ook niet. Dat is wat je tegenwoordig krijgt voor dit geld (€ 25.996).

Hyundai Sonata V6 GLS (Y3)

Ford Scorpio Ghia 2.9i 24v
€ 34.710
De grootste concurrent van de Omega was natuurlijk de Ford Scorpio. Ook de Scorpio, de favoriete auto van Beatrix, had achterwielaandrijving. De duurste variant was de op een na goedkoopste in zijn klasse, zo blijkt. Voor 35 mille kreeg je de befaamde Cosworth zescilinder motor met 204 pk, een automaat en de luxe Ghia-uitdossing. Wil je tegenwoordig een luxe Ford voor dat geld, krijg je een Focus Vignale 1.5 EcoBoost (€ 34.365). Je bent dus gewoon twee segmenten gedegradeerd met hetzelfde budget.

Ford Scorpio 2.9i Ghia

Toyota Camry 3.0 GXi V6 (XV10)
€ 35.894
De Toyota Camry was en is een regelrechte verkoophit in de verenigde staten. Jarenlang staat de Camry al in de bovenste regionen van de personenauto-verkopen aldaar. In Nederland was er ook een periode dat je de Camry veel voorbij zag komen. De Camry kon je krijgen met een 2.2 viercilinder en een handbak, maar voor het ware luxe-gevoel moest je de V6 in GXi uitvoering hebben. Dan had je de fijnste Toyota die je kon krijgen in die tijd. Tegenwoordig krijg je voor dat geld een Avensis Wagon met 1.8 motor en automaat (€ 35.710).

Toyota Camry GXi (XV10)

Lancia Thema 3.0 V6 LS Aut.
€ 43.313
Mocht de Alfa Romeo 164 iets te sportief zijn, kon je kiezen voor de Lancia Thema. In basis zijn beide auto’s gelijk, ondanks de compleet andere styling. De Lancia lijkt meer op de Saab 9000 (wat overigens ook geen toeval is). De Busso-V6 is in de Thema een twaalfklepper, dus met slechts 175 pk. Dat is niet zo erg, want stiekem lopen deze motoren erg fraai en klinken ze net zo hemels. Zuipen doen ze wel. Als de fabriek al zegt dat 1 op 9 niet haalbaar is…Een top-Lancia bij de dealer kan tegenwoordig helemaal niet meer. Lancia verkoopt alleen nog de Ypsilon. In Italië.

Lancia Thema LS V6

Audi A6 2.8 quattro Aut. (C4)
€ 43.694
De eerste Audi A6 was in feite niets meer dan een strakgetrokken Audi 100. Dat wil niet zeggen dat het niet een fraaie auto was, integendeel. De lijnen zijn nog altijd zeer elegant te noemen, zeker in het donkerblauw of donkergroen is het een plaatje van een auto. Je moet alleen niet naar de frontoverhang kijken. Op technisch gebied deed Audi, ondanks de bekende slogan, nog niet echt mee. De 174 pk sterke V6 was soepel, maar ook dorstig en niet echt krachtig. De prijs lijkt heel redelijk, maar we moeten erbij zeggen dat de A6 standaard erg kaal was. Een kale Audi is overigens nog altijd mogelijk; voor hetzelfde bedrag als deze A6 kun je tegenwoordig een A4 2.0 TFSI met 190 pk krijgen zonder opties (€ 43.410).

Audi A6 2.8 E Quattro (C4)

Rover 827 Si Aut. (R17)
€ 45.333
De Rover 800 kan gezien worden als de opvolger van de Rover SD1: een lompgrote Britse hatchback (sedan) met karakter. Groot verschil was de aandrijving, de SD1 had deze op de achterwielen, terwijl de nieuwe 800 voorwielaandrijving had. Dat had te maken met het feit dat het in feite een Honda Legend was met een andere body. Honda en Rover werkten destijds veel samen. Honda kon wel een vastere voet in Europa gebruiken, terwijl Rover moderne dingen kon introduceren zoals betrouwbaarheid. Een nieuwe auto bij Rover kopen wordt lastig, tenzij je uitwijkt naar modellen met ‘Land’ in de naam.

Rover 827 (R17)

Volvo 960 3.0i 24v Prestige-Line
€ 45.765
‘Volvo’s zijn nog steeds Volvo’s’ hoorde ik laatst iemand zeggen (oké, hij werkt bij Volvo). Maar met het verscheiden van de V70 heeft Volvo geen no-nonsense stationwagon meer in het gamma. Erger nog, er is geen ouwe lullen sedan meer. De Volvo 960 was een briljante Volvo, want waar de nieuwe S90 hip, gaaf, strak en cool is, was de oude 960 gewoon nog een rijdende dinosaurus. Grote fauteuils, een romige zes-in-lijn, achterwielaandrijving en een trage automaat. Dat is alles wat je nodig hebt om ware luxe te ervaren. Prijstechnisch was een behoorlijk luxe uitgeruste Prestige-Line best een goede aanbieding. Want zeg nou zelf, wil je liever zo’n onverwoestbare 960, of een XC40 T4 Momentum á € 45.895?

Volvo 960 Prestige-Line

Mazda Xedos 9 2.5i V6 4WS (TA)
€ 46.603
Mazda was waanzinnig ambitieus rond deze periode. Bijna elke niche werd gevuld. Bekende voorbeelden zijn de Cosmo, MX-5, RX-7, MX-3, 121 ‘bolhoed’, 323F en ga zo nog maar even door. De Xedos 9 (de grote broer van de Xedos 6) hoort ook in dat rijtje thuis. Het was de visie van Mazda op een luxe sedan. Helemaal een succes werd het niet. Waar luxemerken als Infiniti, Lexus en Acura wél (min of meer) van de grond kwamen, lukte het Xedos niet voldoende om zich te onderscheiden van de reguliere Mazda’s. Dit ondanks een potente V6 en vierwielbesturing. Voor 46 mille kreeg je een topuitrusting en een bak ruimte. Dat is iets goedkoper dan dat de allerduurste Mazda 6 2.5 GT-M op dit moment kost (€ 47.300).

Mazda Xedos 9 2.5 V6 4WS

Alfa Romeo 164 Super 3.0 V6 24v Aut. (164)
€ 47.406
Een van de meest temperamentvolle sedans uit zijn tijd. De Busso V6 kon verkregen worden in diverse gradaties. Er was een 2.0 V6 T.B. voor de Italiaanse markt, een 3.0 V6 12v en zelfs een heuse vierentwintigklepper. Wilde je de ‘Super’ met automaat, dan had je 207 pk tot je beschikking. Voor de sportieve Alfisti was er een nog snellere ‘Q’ met 227 pk, in 1994! Met 207 pk was het overigens geenszins behelpen: 235 km/u was gewoon mogelijk. Tegenwoordig krijg je voor 47 mille een Alfa Giulia Super 2.0T (€ 42.170) met een paar fijne opties.

Alfa Romeo 164 3.0 V6 24v Super Aut.

Mitsubishi Sigma 3.0 V6 DOHC 4WS (E-F17A)
€ 47.148
Mitsubishi was ooit een waanzinnig grote speler op de automarkt, in tegenstelling tot tegenwoordig. Het aantal Outlanders PHEV verstoort echt het beeld van hoe ver Mitsubishi is gezonken qua aantallen. In 1994 leek er nog geen vuiltje aan de lucht te zijn. Het merk had met de Sigma een heel capabele grote sedan in de aanbieding. Je kon de Sigma ook krijgen met enkel besturing op de voorwielen en een iets minder riante uitrusting, dat scheelde je 11 mille. Maar wilde je de volle bragging-rights, dan ging je voor de versie met 4WS-badge. Kostte je wel dik 47 mille. Daar heb je nu een Outlander PHEV Instyle voor (€ 45.500).

Mitsubishi Sigma V6

Citroen XM V6 Exclusive
€ 48.577
In 1994 bouwde Citroën nog gewoon echt Citroëns. Oké, de Saxo en ZX hadden niet zoveel te maken met het echte Citroen, maar de XM was een raszuivere topberline in de Franse zin des woords. De XM was een grote liftback met luchtvering en was wars van sportiviteit. Het woord dynamisch kwam alleen voor bij de onderhoudsintervallen, waarschijnlijk. De Citroën XM was nog zo’n ouderwets luchttapijt waarbij je een primatourtje innam voordat je op pad ging. Ook hier droeg een krachtige V6 vooral bij aan een soepele loop, want bijzonder snel was de auto niet. Wel was de Exclusive afgeladen met uitrusting, dus je kreeg waar voor bijna 49 mille. Daar heb je nu een instap Citroen Jumper Combi voor (€ 47.436).

Citroen XM V6 Exclusive

BMW 525i Executive Aut. (E34)
€ 48.713
De favoriete auto van @Jaapiyo. Er gaat geen dag voorbij of we bespreken even kort de E34 5 Serie, frontoverhang, eredivisie-voetbal en old school Hip Hop. De 525i was alles wat je van een BMW kon verwachten. Dus met achterwielaandrijving en een atmosferische zes-in-lijn. In de 525i was deze motor goed voor 192 pk, wat destijds best veel vermogen was voor 2.5 liter slagvolume. BMW is overigens consequenter dan we soms suggereren. Voor 48 mille koop je een 320i High Executive (€ 47.774) die qua afmetingen, uitrusting en prestaties behoorlijk dicht in de buurt komt.

BMW 525i (E34)

Peugeot 605 SV 3.0
€ 48.942
Vroeger was er zelfs keuze, als je een grote Franse sloep voor de de deur wilde hebben. Natuurlijk moest je zo’n afschrijvingswonder niet nieuw kopen, maar als je dat toch deed kon je bij Peugeot terecht voor de 605 in bijzonder luxe SV-uitvoering. Er was een snellere ‘SV24‘, maar deze kon je alleen krijgen met handbak. SV 3.0 had net als de Citroen XM en Renault Safrane 170 pk. Op zich ook wel logisch, want de motor was identiek. Voor 49 mille kreeg je alle mogelijk luxe die destijds mogelijk was bij Peugeot. Tegenwoordig heb je daar een superluxe 5008 Blue Lease GT-Line HDI voor (€49.990). Ook leuk, maar in geen enkel opzicht te omschrijven als ‘de ultieme Franse limousine’.

Peugeot 605 SV 3.0

Lexus GS300 (S140)
€ 56.042
De eerste Lexus was natuurlijk de LS400. Omdat één model in een showroom er niet uitziet, lanceerde Lexus direct na de LS400 de ES250, een Camry met luxe aankleding. Maar de eerste échte ‘kleine’ Lexus, was de GS300. Althans, in Europa en Amerika. In Japan kende men Lexus toen nog niet en ging de auto door het leven als Toyota Aristo. De Lexus GS300 had een 2JZ-zes in lijn onder de lap met 212 pk, een waar kunststukje. Niet alleen qua prestaties en gecultiveerde loop, maar ook qua betrouwbaarheid. Die kwaliteit had zijn nadelen, want goedkoop was een GS300 niet. Met 56 mille zat de auto op Mercedes-niveau. Voor dat geld koop je tegenwoordig een veel tragere IS300h Luxury Line (€ 54.355).

Lexus GS300 (S14)

Mercedes-Benz E320 Aut. (W124)
€ 56.332
Tegenwoordig kijken we terug naar de W124 als een van de beste generaties van de E-klasse ooit. De W124 kon alles. Het was de beste taxi, het was een reuzendoder, het was een ambulance. Wat het vooral was, was een onverwoestbare auto. Die kwaliteit had absoluut zijn prijs, want de E320 met automaat was zeer duur. De E320 staat in dit overzicht tussen de duurste auto’s. Een groot verschil is dat al die andere modellen zeer luxe zijn, terwijl deze E-Klasse nog helemaal standaard is. Mercedes is wel vrij consistent met zijn prijzen, want voor bijna hetzelfde geld (€ 56.875) heb je een nieuwe E200 die qua specs heel aardig overeen komt.

Mercedes-Benz E320 (W124)

Saab 9000 ‘CD’ Griffin 3.0i V6
€ 56.700
Ondanks de Italiaanse invloeden bij de Saab 9000, komt de V6 motor niet bij Alfa Romeo vandaan. Het was een atmosferische zescilinder met 210 pk. Inderdaad, dezelfde motor als in de Opel Omega. De Griffin was voorzien van alle luxe en de sedan zag er statig en tijdloos uit. Deze auto was natuurlijk een vloek in de kerk voor de Saab-liefhebber, maar die kon altijd nog gaan voor de 9000 CSE met 2.3 Turbo. Tegenwoordig regelt Saab het dealernetwerk samen met Rover en Lancia.

Saab 9000 Griffin

Honda Legend 3.2i V6 Aut. (KA7)
€ 59.854
De Honda Legend is eigenlijk altijd een soort ‘tafellaken en servet’-auto geweest. Zo werd de auto in Europa meer gepositioneerd als BMW 7 Serie tegenhanger, terwijl het in de VS juist een 5 Serie concurrent was. Hoe het ook zij, de Legend is een legendarisch goede auto. Mocht een Lexus LS400 net even te duur en te zompig zijn, dan is de strak sturende Legend een goede optie. Alle luxe zat erop, Honda deed nooit aan optielijsten met de Legend. Mocht je nu 60 mille willen stukslaan op een Honda, dan kun je kiezen voor een Civic Type-R GT (€ 57.790) of een CR-V 2.0 automaat (€ 60.460). Naar het schijnt is die laatste de favoriete auto van Barney Stinson. En Ludacris.

Honda Legend V6 (KA7)

Renault Safrane Baccara V6i Aut.
€ 60.489
Verrek, een Renault de duurste in de lijst? Jazeker, Renault heeft een tijdje ultraluxe uitvoeringen gehad van hun normale modellen; de Baccara’s. De Baccara is dus níet de Biturbo-versie, maar had een vrij antieke PRV-zescilinder onder de kap met 170 pk. Voor die 60 mille ging je van 0-100 in iets meer dan 10 seconden, dankzij de ouderwetse automaat. Het paradepaardje van deze auto was het comfort en de uitrusting: werkelijk ALLES wat Renault kon bedenken zat erop. Tegenwoordig weet de Renault-dealer geen raad met 60 mille. De meest luxe Espace (de Initiale Paris) kost dik 55 mille (€ 55.200) en levert 225 pk. Toch, een 1.6T loopt lang niet zo fraai als een V6.

Renault Safrane Baccara V6i

Copyright © 2017. All Rights Reserved.